Een foto van een jongen die uitgroeide tot een van de meest herkenbare mannen van onze tijd, lag stil in een stoffig album op een houten plank. De foto was oud en enigszins vervaagd. Hij stond er blootsvoets op een smal zandpad voor een klein huisje met gebarsten muren en een tinnen dak. Zijn haar was warrig, zijn kleren eenvoudig en zijn glimlach verlegen maar vol leven.
Toen de foto werd genomen, vond niemand het bijzonder. Het was gewoon een moment vastgelegd door zijn vader op een warme middag. De jongen had net zijn moeder geholpen water uit de put te halen. De zon stond laag aan de hemel en de lucht rook naar stof en versgebakken brood. Het leven in die kleine buurt verliep traag en dromen leken vaak kleiner dan de wereld daarbuiten.
De jongen groeide op in een omgeving waar kansen schaars waren. Veel kinderen verlieten vroegtijdig school om hun familie te helpen. Geld was er altijd schaars en de toekomst zag er vaak onzeker uit. Maar de jongen had iets dat hem stilletjes onderscheidde: nieuwsgierigheid. Hij stelde vragen over alles. Waarom waren de sterren ‘s nachts zo helder? Hoe werkten machines? Wat bestond er buiten de smalle straatjes van zijn stadje?
Zijn leraren merkten zijn nieuwsgierigheid op. Soms bleef hij na de les om boeken te lezen die veel te moeilijk voor zijn leeftijd waren. Hij was dol op verhalen over ontdekkingsreizigers, uitvinders en leiders die de wereld veranderden. Die verhalen plantten een zaadje in zijn geest. Hij begon zich voor te stellen dat hij misschien ooit ook iets belangrijks zou kunnen doen.
Maar dromen was niet altijd gemakkelijk. Naarmate hij ouder werd, zeiden veel mensen om hem heen dat hij realistisch moest zijn. Ze zeiden dat jongens uit buurten zoals die van hem zelden grote dingen bereikten. Ze moedigden hem aan om een eenvoudig baantje te zoeken, een gewoon leven te leiden en niet te veel van de wereld te verwachten.
Toch weigerde de jongen zijn dromen op te geven. Hij studeerde whenever hij maar kon. ‘s Nachts, als de elektriciteit soms uitviel, las hij bij het licht van een klein lampje. Wanneer hij tegenslagen ondervond, beschouwde hij die als een les in plaats van een einde. Elke fout spoorde hem aan om het opnieuw te proberen.